Citaat | Raad van State 30 maart 2016
Alinea 26 Raad van State 30 maart 2016
Een alinea uit Raad van State 30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:871.
2. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de minister heeft aangetoond dat de vreemdelingen niet in de hoedanigheid van zelfstandigen hun werkzaamheden voor haar onderneming hebben verricht. Zij voert daartoe aan dat de vreemdelingen niet onder haar gezag hebben gewerkt en wijst erop dat de ondernemingen van de vreemdelingen ingeschreven staan in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (hierna: het handelsregister). Bovendien werkten [vreemdeling B] en [vreemdeling C] voor meer opdrachtgevers, hebben zij een mondelinge overeenkomst van opdracht met [appellante] gesloten en hebben zij voor hun werkzaamheden gefactureerd en omzetbelasting afgedragen. Voorts konden de vreemdelingen hun eigen werktijden en arbeidsomstandigheden bepalen, werden zij niet doorbetaald bij ziekte, waren zij aansprakelijk voor de door hen gemaakte fouten en gaf [appellante] hun geen directe aanwijzingen voor de uitvoering van hun werk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12a30f2e7382539190d818abba50a134a56f5a45b4b6d2bc76392039e897c66d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12a30f2e7382539190d818abba50a134a56f5a45b4b6d2bc76392039e897c66d, en de alinea staat in dat document op bytes 6968 tot 7943.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/12a30f2e7382539190d818abba50a134a56f5a45b4b6d2bc76392039e897c66d | shasum -a 256