Citaat | Raad van State 30 maart 2016

Alinea 37 Raad van State 30 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:871.

Gelet hierop faalt het betoog dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de minister met de bij het boeterapport gevoegde verklaringen van [vreemdeling B], [vreemdeling C], [persoon A] en de boekhouder van [appellante] heeft aangetoond dat ook [vreemdeling B] en [vreemdeling C] hun werkzaamheden niet als zelfstandigen hebben verricht. De stelling van [appellante] dat [vreemdeling B] en [vreemdeling C] voor hun werkzaamheden facturen hebben ingediend kan in het licht van de verklaring van de boekhouder van [appellante] en de verklaring van [vreemdeling B] dat hij zijn boekhouder niet kent, niet worden gevolgd. Bovendien heeft [persoon A] ter zitting bij de Afdeling toegelicht dat er voor de werkzaamheden geen offerte was opgesteld en slechts mondelinge afspraken waren gemaakt, omdat de werkzaamheden een kort lopend project betroffen. Dat, naar [appellante] stelt, de ondernemingen van [vreemdeling B] en [vreemdeling C] staan ingeschreven in het handelsregister, meer opdrachtgevers hebben, aansprakelijkheid droegen voor de werkzaamheden, aangifte hebben gedaan bij de Belastingdienst, en de vreemdelingen zelf hun werktijden bepaalden, kan, gelet op het hiervoor vermelde samenstel van feiten en omstandigheden, aan het oordeel van de rechtbank niet afdoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12a30f2e7382539190d818abba50a134a56f5a45b4b6d2bc76392039e897c66d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12a30f2e7382539190d818abba50a134a56f5a45b4b6d2bc76392039e897c66d, en de alinea staat in dat document op bytes 12544 tot 13834.