Citaat | Raad van State 30 maart 2016

Alinea 50 Raad van State 30 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:871.

6. [appellante] betoogt tevergeefs dat de vreemdelingen slechts marginale werkzaamheden hebben verricht. [vreemdeling A] heeft immers verklaard dat hij twee dagen voor [appellante] heeft gewerkt. Voorts volgt uit het boeterapport dat [vreemdeling A] na de controle door de Inspectie SZW zijn werkzaamheden heeft beëindigd. Voorts heeft [persoon A] verklaard dat [vreemdeling B] en [vreemdeling C] vaker voor hem werkten en heeft [appellante] in hoger beroep afschriften van facturen overgelegd van de ondernemingen van [vreemdeling B] en [vreemdeling C], waaruit volgt dat voor onder meer 34 onderscheidenlijk 46 arbeidsuren is gedeclareerd bij [appellante]. Derhalve heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien voor matiging van de boete wegens arbeid van geringe omvang en duur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12a30f2e7382539190d818abba50a134a56f5a45b4b6d2bc76392039e897c66d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12a30f2e7382539190d818abba50a134a56f5a45b4b6d2bc76392039e897c66d, en de alinea staat in dat document op bytes 19512 tot 20312.