Citaat | Raad van State 20 januari 2016
Alinea 28 Raad van State 20 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:89.
4. De staatssecretaris heeft voormeld koninklijk besluit ingetrokken omdat [appellant sub 2] bij zijn naturalisatieverzoek relevante feiten heeft verzwegen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze voor het naturalisatieverzoek van belang konden zijn. De staatssecretaris heeft hieraan ten grondslag gelegd dat uit op 28 maart 2013 door de Dienst Regionale Recherche te Amsterdam ambtshalve verstrekte documenten is gebleken dat [appellant sub 2] ten tijde van zijn naturalisatieverzoek werd gezocht door de Turkse autoriteiten. Dit blijkt uit een afschrift van een zogeheten Red Notice van Interpol van 5 mei 2004, waaruit volgt dat de Politierechtbank te Aksaray (Turkije) op 17 augustus 1994 jegens [appellant sub 2] een arrestatiebevel heeft uitgevaardigd als verdachte van moord en diefstal (hierna: het Turkse arrestatiebevel). Voorts heeft de rechtbank te Traunstein (Duitsland) [appellant sub 2] bij vonnis van 19 november 1992 veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van drie jaar en drie maanden wegens de handel in verdovende middelen en het afleggen van een valse verklaring (hierna: de Duitse veroordeling). Nadat [appellant sub 2] een gedeelte van zijn vrijheidsstraf had uitgezeten, is hij in vrijheid gesteld onder de voorwaarde dat hij gedurende tien jaar Duitsland niet zou inreizen omdat anders het resterende deel van zijn straf alsnog ten uitvoer zou worden gelegd. [appellant sub 2] is hierover voorgelicht door een Duitse officier van justitie. Deze vrijheidsstraf was ten tijde van het naturalisatieverzoek van [appellant sub 2] nog niet geheel ten uitvoer gelegd, nu de termijn van tien jaar nog niet was verstreken. De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien het vorenstaande bij de Nederlandse autoriteiten bekend was geweest, hij het naturalisatieverzoek zou hebben afgewezen wegens ernstige vermoedens dat [appellant sub 2] een gevaar vormt voor de openbare orde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN. Verder zouden zich dan de afwijzingsgronden bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de RWN hebben voorgedaan, aldus de staatssecretaris bij zijn besluitvorming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e7ee937910109ddc16137855ac0f74b1bd20b71002f65aa560eb18cac192027. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e7ee937910109ddc16137855ac0f74b1bd20b71002f65aa560eb18cac192027, en de alinea staat in dat document op bytes 9619 tot 11831.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3e7ee937910109ddc16137855ac0f74b1bd20b71002f65aa560eb18cac192027 | shasum -a 256