Citaat | Raad van State 20 januari 2016

Alinea 31 Raad van State 20 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:89.

De staatssecretaris betoogt daarnaast dat de rechtbank niet heeft onderkend dat hij zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [appellant sub 2], gelet op de inhoud en strekking van de door hem op 23 januari 2001 ondertekende waarheidsverklaring (hierna: de waarheidsverklaring), wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat hij bij indiening van zijn naturalisatieverzoek de Duitse veroordeling had moeten melden. In dit verband heeft de rechtbank ten onrechte van belang geacht dat [appellant sub 2] bij het invullen van de waarheidsverklaring geen bijstand van overheidswege had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e7ee937910109ddc16137855ac0f74b1bd20b71002f65aa560eb18cac192027. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e7ee937910109ddc16137855ac0f74b1bd20b71002f65aa560eb18cac192027, en de alinea staat in dat document op bytes 12374 tot 12977.