Citaat | Raad van State 20 januari 2016

Alinea 41 Raad van State 20 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:89.

6.3. Zoals volgt uit de jurisprudentie van het EHRM komt de Staat bij de rechtvaardiging van een verschil in behandeling een 'margin of appreciation' toe. Hoe ruim die 'margin' is, is afhankelijk van de concrete omstandigheden, het onderwerp van het onderscheid en de achtergrond van de zaak. In geval van een onderscheid naar tijd in het kader van het intrekkingsbeleid zal de Staat moeten aantonen dat daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Daarbij moet het gemaakte onderscheid worden beoordeeld tegen de achtergrond van de RWN en het doel daarvan, waarvan de kern is vreemdelingen het Nederlanderschap te verlenen. Het behoort primair tot de competentie van de Staat te bepalen wie het Nederlanderschap verkrijgt en wie niet. Dit beginsel is een uitvloeisel van de territoriale soevereiniteit van elke staat. Derhalve moet de regelgever een niet geringe beoordelingsvrijheid worden gelaten, zodat de rechter bij de toetsing van de RWN op dit punt terughoudendheid in acht moet nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e7ee937910109ddc16137855ac0f74b1bd20b71002f65aa560eb18cac192027. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e7ee937910109ddc16137855ac0f74b1bd20b71002f65aa560eb18cac192027, en de alinea staat in dat document op bytes 21020 tot 22043.