Citaat | Raad van State 20 januari 2016

Alinea 46 Raad van State 20 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:89.

7.2. Nu [appellant sub 2] met de intrekking van zijn Nederlandse nationaliteit ook zijn burgerschap van de Unie en de daaraan verbonden rechten verliest, heeft de staatssecretaris ten onrechte niet beoordeeld of deze intrekking in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel wat de gevolgen ervan voor de situatie van [appellant sub 2] uit het oogpunt van het Unierecht betreft. Anders dan de staatssecretaris stelt, volgt uit het Rottmann arrest niet dat het Unierecht slechts een rol speelt indien betrokkene de hoedanigheid van burger van de Unie steeds heeft bezeten, dus ook voordat hij de nationaliteit van een andere lidstaat verkreeg, maar ook in dit geval, waarin [appellant sub 2] de Turkse nationaliteit bezat voordat hij het Nederlanderschap verkreeg. Hiertoe is redengevend dat het Hof de dragende overwegingen en het dictum in het Rottmann arrest algemeen heeft geformuleerd en niet heeft beperkt tot het in die zaak aan de orde zijnde specifieke geval. [appellant sub 2] voert terecht aan dat de staatssecretaris ten onrechte geen Unierechtelijke evenredigheidsbeoordeling heeft gemaakt. De staatssecretaris heeft het besluit van 13 december 2013 daarom in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) genomen. De rechtbank heeft dat niet onderkend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e7ee937910109ddc16137855ac0f74b1bd20b71002f65aa560eb18cac192027. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e7ee937910109ddc16137855ac0f74b1bd20b71002f65aa560eb18cac192027, en de alinea staat in dat document op bytes 25624 tot 26950.