Citaat | Raad van State 13 april 2016

Alinea 258 Raad van State 13 april 2016

Een alinea uit Raad van State 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:891.

1. Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 wordt afgewezen als ongegrond in de zin van artikel 32, eerste lid, van de Procedurerichtlijn, indien de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/249cabbab6c148df8ea64d09713ff8aa43073cd32c461fa19ef6ec613c46dc0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 249cabbab6c148df8ea64d09713ff8aa43073cd32c461fa19ef6ec613c46dc0b, en de alinea staat in dat document op bytes 80035 tot 80449.