Citaat | Raad van State 13 april 2016

Alinea 42 Raad van State 13 april 2016

Een alinea uit Raad van State 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:891.

6. Het voorgaande betekent dat de Nederlandse bestuursrechter aan artikel 46, derde lid, van de Procedurerichtlijn, geïmplementeerd in artikel 83a van de Vw 2000, niet de bevoegdheid kan ontlenen om zijn oordeel over de geloofwaardigheid van een asielrelaas in de plaats te stellen van dat van de staatssecretaris. Zoals volgt uit hetgeen in 5.3. tot en met 5.4.1. is overwogen, wordt met deze uitleg van artikel 46, derde lid, van de Procedurerichtlijn geen afbreuk gedaan aan een doeltreffende toepassing van deze richtlijn (vergelijk punt 63 van het arrest van het Hof van 5 juni 2014, C-146/14 PPU, Mahdi, ECLI:EU:C:2014:1320) en wordt de verwezenlijking van de door de Procedurerichtlijn nagestreefde doelstellingen niet in gevaar gebracht (vergelijk punt 41 van het arrest van het Hof van 8 mei 2014, C-604/12, H.N., ECLI:EU:C:2014:302). Het Nederlandse stelsel past dan ook binnen het unierecht. De bestuursrechter in vreemdelingenzaken blijft, overeenkomstig de uitgangspunten van het algemene Nederlandse bestuursrecht, ook na de implementatie van de Procedurerichtlijn, een toetsende rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/249cabbab6c148df8ea64d09713ff8aa43073cd32c461fa19ef6ec613c46dc0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 249cabbab6c148df8ea64d09713ff8aa43073cd32c461fa19ef6ec613c46dc0b, en de alinea staat in dat document op bytes 19232 tot 20348.