Citaat | Raad van State 13 april 2016

Alinea 45 Raad van State 13 april 2016

Een alinea uit Raad van State 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:891.

7. Gelet op de huidige stand van het unierecht en de hiervoor vermelde arresten, bestaat geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen. De opgeworpen rechtsvraag kan immers worden beantwoord in het licht van de rechtspraak van het Hof (vergelijk de punten 13 en 14 van het arrest van het Hof van 6 oktober 1982, C-283/81, Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335 en punten 57 tot en met 62 van het arrest van het Hof van 9 september 2015, C-72/14 en C-197/14, X en Van Dijk, ECLI:EU:C:2015:564). De hiervoor beschreven uitleg van artikel 46, derde lid, van de Procedurerichtlijn, en daarmee van artikel 83a van de Vw 2000, is in overeenstemming met de opzet en doelstelling van de Procedurerichtlijn en de rechtspraak van het Hof en het EHRM. Het Nederlandse bestuursrechtelijke stelsel van rechtsbescherming in asielzaken als geheel waarborgt dat in Nederland een asielzoeker de bescherming wordt gegeven die hem op grond van het unierecht en het EVRM toekomt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/249cabbab6c148df8ea64d09713ff8aa43073cd32c461fa19ef6ec613c46dc0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 249cabbab6c148df8ea64d09713ff8aa43073cd32c461fa19ef6ec613c46dc0b, en de alinea staat in dat document op bytes 20820 tot 21792.