Citaat | Raad van State 13 april 2016

Alinea 49 Raad van State 13 april 2016

Een alinea uit Raad van State 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:891.

10. In het besluit van 5 juli 2015, waarin het voornemen is herhaald en ingelast, heeft de staatssecretaris geloofwaardig geacht dat de vreemdeling afkomstig is uit Cuba en, daartoe uitgezonden door de Cubaanse autoriteiten, in Qatar als verpleger heeft gewerkt. De staatssecretaris acht echter niet geloofwaardig dat de vreemdeling in Qatar ontslag heeft genomen, omdat de vreemdeling hierover in het eerste gehoor tegenstrijdig heeft verklaard en bovendien niet met zekerheid kon verklaren over de reden van annulering van zijn werkvergunning in Qatar. Omdat de ontslagname niet geloofwaardig is, acht de staatssecretaris evenmin geloofwaardig dat de vreemdeling in de negatieve aandacht van de Cubaanse autoriteiten is komen te staan. De vreemdeling heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat hem een verblijfsvergunning asiel moet worden verleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/249cabbab6c148df8ea64d09713ff8aa43073cd32c461fa19ef6ec613c46dc0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 249cabbab6c148df8ea64d09713ff8aa43073cd32c461fa19ef6ec613c46dc0b, en de alinea staat in dat document op bytes 23129 tot 23989.