Citaat | Raad van State 6 april 2016

Alinea 41 Raad van State 6 april 2016

Een alinea uit Raad van State 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:910.

5. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte overweegt dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van het besluit op bezwaar concreet zicht op legalisatie zou bestaan. Volgens [appellante] is het, anders dan de rechtbank overweegt, niet noodzakelijk dat het college motiveert waarom het geen beletselen ziet voor de verlening van de vergunning voor de TRI, maar is het voldoende dat het college zich op het standpunt heeft gesteld dat het daarvoor geen beletselen ziet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d48ba7980d0d1ed61041eaecf6deef0bdc701fb6d72911d5230a7e9be6330ba2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d48ba7980d0d1ed61041eaecf6deef0bdc701fb6d72911d5230a7e9be6330ba2, en de alinea staat in dat document op bytes 17218 tot 17727.