Citaat | Raad van State 6 april 2016

Alinea 41 Raad van State 6 april 2016

Een alinea uit Raad van State 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:911.

3.2. [appellant] betoogt tevergeefs dat de Afdeling niet kan worden aangemerkt als onafhankelijk en onpartijdig gerecht als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Ingevolge deze bepaling heeft bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De Afdeling is een onafhankelijk, bij de wet ingesteld orgaan, als bedoeld in artikel 1:4, eerste lid, gelezen in samenhang met het tweede lid, van de Awb, dat, ingevolge artikel 30b van de Wet op de Raad van State is belast met de berechting van de bij de wet aan haar opgedragen geschillen. De jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (bijvoorbeeld het arrest van 6 mei 2003, nrs. 39343/98, 39651/98, 43147/98 en 46664/98 (www.echr.coe.int), AB 2003, 211) biedt geen grond voor het oordeel dat de Afdeling niet voldoet aan de in artikel 6, eerste lid, vermelde vereisten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b8d9465721ac814ecbce936e9d49890fe8ed10c4193f3b8bad880162b5e0c8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b8d9465721ac814ecbce936e9d49890fe8ed10c4193f3b8bad880162b5e0c8b, en de alinea staat in dat document op bytes 12383 tot 13512.