Citaat | Raad van State 6 april 2016
Alinea 51 Raad van State 6 april 2016
Een alinea uit Raad van State 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:911.
4.4. In zijn bezwaar komt[appellant] op tegen het verstrekken van zijn persoonsgegevens aan de verhuurder. De verstrekking van een inkomensverklaring is het verwerken van persoonsgegevens in de zin van artikel 1, aanhef en onder b, van de Wbp. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 3 februari 2016 in zaak nr. 201506945/1/A3 gaat het bij deze gegevensverstrekking om verwerking van persoonsgegevens op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Wbp. Ingevolge artikel 40 kan daartegen verzet worden aangetekend. Omdat het bezwaar van[appellant] zich richtte tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens en daarvoor in de Wbp een specifieke voorziening is opgenomen, is de Afdeling van oordeel dat de brief van[appellant] als verzet op voet van artikel 40 in behandeling had moeten worden genomen. Gelet op artikel 45 geldt een beslissing naar aanleiding van de aantekening van verzet als een besluit in de zin van de Awb, waartegen voor de betrokkene bezwaar en beroep open staat. De directeur heeft het bezwaar van[appellant] derhalve ten onrechte niet als verzet op grond van de Wbp aangemerkt. De rechtbank heeft dit niet onderkend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b8d9465721ac814ecbce936e9d49890fe8ed10c4193f3b8bad880162b5e0c8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b8d9465721ac814ecbce936e9d49890fe8ed10c4193f3b8bad880162b5e0c8b, en de alinea staat in dat document op bytes 17343 tot 18514.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0b8d9465721ac814ecbce936e9d49890fe8ed10c4193f3b8bad880162b5e0c8b | shasum -a 256