Citaat | Raad van State 6 april 2016

Alinea 85 Raad van State 6 april 2016

Een alinea uit Raad van State 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:915.

12.4. Voor zover het betoog van [appellant] dat de raad het parkeren buiten het plangebied ten onrechte ongeregeld heeft gelaten, moet worden opgevat als gericht tegen de grenzen van het plangebied, overweegt de Afdeling, zoals zij in 10.2 reeds heeft gedaan, dat de raad beleidsvrijheid toekomt bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze vrijheid strekt echter niet zo ver dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. [appellant] heeft niet gespecificeerd welke gronden volgens hem door de raad in het plan hadden moeten worden betrokken en welke redenen hij hiervoor van belang acht. Derhalve ziet de Afdeling in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vastgestelde planbegrenzing strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d09f9244eedbee0d23621da19adb104419b32c1c930e1d27f291c683033eab8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d09f9244eedbee0d23621da19adb104419b32c1c930e1d27f291c683033eab8, en de alinea staat in dat document op bytes 36273 tot 37210.