Citaat | Raad van State 30 maart 2016

Alinea 28 Raad van State 30 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:950.

2.3. Zoals de Afdeling in de uitspraak van 11 december 2013 (in zaak nr. 201300186/1/A3) heeft overwogen, kan de hoeveelheid van de in een pand aanwezige drugs indiceren dat deze voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn, en derhalve dat artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet van toepassing is. In dit verband kan volgens de Afdeling in redelijkheid worden aangesloten bij de door het openbaar ministerie toegepaste criteria. Volgens die criteria, die ook als zodanig in de "Beleidsregels ter voorkoming en bestrijding van drugsoverlast, -handel en -productie" (hierna: het drugsbeleid) worden genoemd, wordt een hoeveelheid Qat van maximaal 200 gram als hoeveelheid voor eigen gebruik aangemerkt. In dit geval is 467 gram qat aangetroffen, hetgeen naar het oordeel van de voorzieningenrechter, anders dan [appellant] betoogt, een forse overschrijding van de toegestane hoeveelheid voor eigen gebruik betreft. Gelet hierop en nu [appellant] het tegendeel niet aannemelijk heeft gemaakt, is de voorzieningenrechter met de rechtbank van oordeel dat het betoog dat de drugs in dit geval niet aanwezig waren ten behoeve van handel als bedoeld in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, faalt. Hierbij wordt betrokken dat [appellant] stelt dat hij de drugs volgens Somalisch gebruik in huiselijke kring met vrienden wilde nuttigen, waarmee hij erkent dat de drugs aanwezig waren om in de woning te verstrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eec5813c35b0e9b722e13643b92581e1d37327fb60662d290ecf004a47988e34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eec5813c35b0e9b722e13643b92581e1d37327fb60662d290ecf004a47988e34, en de alinea staat in dat document op bytes 8270 tot 9705.