Citaat | Raad van State 13 april 2016

Alinea 26 Raad van State 13 april 2016

Een alinea uit Raad van State 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:996.

Gelet op het vorenstaande betoogt [appellant] tevergeefs dat de opgelegde boete in strijd is met punt 14, tweede alinea, van Bijlage VI. De Afdeling heeft in voormelde uitspraak van 4 november 2015 voorts overwogen dat en waarom volgens haar geen aanleiding bestaat voor het stellen van prejudiciële vragen. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding dat thans wel te doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39aef4ffd15cb8bd49f1eb0e97fc42fba166be5da2759864e1d15e1b9e0322c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39aef4ffd15cb8bd49f1eb0e97fc42fba166be5da2759864e1d15e1b9e0322c4, en de alinea staat in dat document op bytes 9388 tot 9805.