Citaat | Raad van State 13 april 2016
Alinea 28 Raad van State 13 april 2016
Een alinea uit Raad van State 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:996.
4. Voorts betoogt [appellant] dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de vreemdeling als zelfstandige heeft gewerkt, zodat de tewerkstellingsvergunningplicht niet op hem van toepassing was. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat de vreemdeling volgens de Belastingdienst zijn werkzaamheden als zelfstandige heeft verricht en dat hij beschikte over een VAR-verklaring. Verder kan aan de aan het boeterapport gehechte verklaring van [appellant] van 22 juli 2013 geen betekenis worden toegekend, nu hij deze niet heeft ondertekend omdat hij het niet eens was met de verklaring zoals die was opgetekend door de arbeidsinspecteurs. Hij ontkent dat hij heeft verklaard dat hij de baas was van de vreemdeling, aldus [appellant]. Volgens [appellant] kan evenmin waarde worden toegekend aan de verklaring van de vreemdeling van 15 juli 2013, aangezien hij de Nederlandse taal niet machtig is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39aef4ffd15cb8bd49f1eb0e97fc42fba166be5da2759864e1d15e1b9e0322c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39aef4ffd15cb8bd49f1eb0e97fc42fba166be5da2759864e1d15e1b9e0322c4, en de alinea staat in dat document op bytes 9875 tot 10780.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39aef4ffd15cb8bd49f1eb0e97fc42fba166be5da2759864e1d15e1b9e0322c4 | shasum -a 256