Citaat | Raad van State 13 april 2016

Alinea 29 Raad van State 13 april 2016

Een alinea uit Raad van State 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:996.

4.1. Uit vaste jurisprudentie van het Hof (onder meer punt 31 van het arrest van 15 december 2005, C-151/04 en C-152/04, Nadin en Durré, ECLI:EU:C:2005:775, en punt 37 van het arrest van 4 december 2014, C-413/13, FNV Kunsten Informatie en Media, ECLI:EU:C:2014:2411), volgt dat voor beantwoording van de vraag of de vreemdeling als zelfstandige werkzaam was, bepalend is of hij de arbeid zonder gezagsverhouding heeft verricht, waarbij de vraag of hij de arbeid onder eigen verantwoordelijkheid heeft verricht een rol speelt en voorts de feitelijke situatie van belang is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39aef4ffd15cb8bd49f1eb0e97fc42fba166be5da2759864e1d15e1b9e0322c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39aef4ffd15cb8bd49f1eb0e97fc42fba166be5da2759864e1d15e1b9e0322c4, en de alinea staat in dat document op bytes 10800 tot 11387.