Citaat | Raad van State 13 april 2016

Alinea 32 Raad van State 13 april 2016

Een alinea uit Raad van State 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:996.

[appellant] was volgens zijn aan het boeterapport gehechte verklaring van 22 juli 2013 de baas over de vreemdeling. Hij vertelde de vreemdeling wat hij moest doen en wat hij niet goed had gedaan. Voorts heeft [appellant] verklaard dat hij eindverantwoordelijk was en dat de vreemdeling hem hielp. Daarbij maakte de vreemdeling gebruik van het gereedschap van [appellant] en de door hem gekochte materialen, aldus [appellant]. Volgens [appellant] betaalde hij de vreemdeling € 80,00 tot € 100,00 per dag en als de vreemdeling hard had gewerkt iets meer. [appellant] heeft, nadat hij zijn verklaring had doorgelezen, verklaard daarin te volharden. Voor zover hij niet heeft bedoeld te zeggen dat hij de baas over de vreemdeling was, kan hem dat niet baten, nu ook uit zijn overige hiervoor weergegeven verklaringen volgt dat de vreemdeling arbeid verrichtte onder zijn gezag. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de arbeidsinspecteurs hem woorden in de mond hebben gelegd of de verklaring onjuist hebben weergegeven. In het licht van het vorenstaande, is het niet ondertekenen van de verklaring van 22 juli 2013 onvoldoende voor het aannemen van een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Derhalve heeft de rechtbank terecht overwogen dat de minister er terecht van is uitgegaan dat [appellant] heeft verklaard als in de verklaring bij het boeterapport is vermeld en deze terecht aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39aef4ffd15cb8bd49f1eb0e97fc42fba166be5da2759864e1d15e1b9e0322c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39aef4ffd15cb8bd49f1eb0e97fc42fba166be5da2759864e1d15e1b9e0322c4, en de alinea staat in dat document op bytes 12518 tot 13975.