Citaat | Raad van State 13 april 2016
Alinea 36 Raad van State 13 april 2016
Een alinea uit Raad van State 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:996.
5. Het betoog van [appellant] dat de minister hem ten onrechte een boete heeft opgelegd wegens overtreding van artikel 15, eerste lid, van de Wav, faalt evenzeer. [opdrachtgever A] heeft, zoals hij in zijn aan het boeterapport gehechte verklaring van 29 augustus 2013 heeft gesteld, geen afschrift van het identiteitsdocument van de vreemdeling ontvangen. Voorts heeft [appellant] blijkens het boeterapport telefonisch verklaard dat hij geen afschrift van het identiteitsdocument van de vreemdeling aan [opdrachtgever A] heeft overgelegd. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, heeft [appellant] de enkele stelling dat hij dit wel heeft gedaan, niet met stukken gestaafd, zodat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [appellant] artikel 15, eerste lid, van de Wav heeft overtreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39aef4ffd15cb8bd49f1eb0e97fc42fba166be5da2759864e1d15e1b9e0322c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39aef4ffd15cb8bd49f1eb0e97fc42fba166be5da2759864e1d15e1b9e0322c4, en de alinea staat in dat document op bytes 16808 tot 17628.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39aef4ffd15cb8bd49f1eb0e97fc42fba166be5da2759864e1d15e1b9e0322c4 | shasum -a 256