Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 111 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

4.2.2 Aan een door een (bevoegde) opsporingsambtenaar op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal wordt bijzondere bewijskracht toegekend. Volgens artikel 344, tweede lid, Sv kan de rechter het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd, op grond van (slechts) het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar aannemen. Het proces-verbaal zal dan wel door de opsporingsambtenaar (op ambtseed of -belofte) moeten zijn ondertekend; dat behoort tot de in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2o, Sv bedoelde wettelijke vorm waarin het proces-verbaal moet worden opgemaakt (zie artikel 153 Sv, dat in zijn tweede lid voorschrijft dat het proces-verbaal door de opsporingsambtenaar persoonlijk wordt opgemaakt, gedagtekend en ondertekend). Niet-ondertekende processen-verbaal missen de hiervoor bedoelde extra bewijskracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 43990 tot 44853.