Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 138 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

4.3.1 De cautieplicht in het strafproces is vastgelegd in artikel 29 Sv. Zij geldt bij het verhoren van de verdachte. Daaronder wordt blijkens artikel 27 Sv (voor zover hier van belang) verstaan degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit. Dit betreft een "nationaal-rechtelijk" voorschrift; het staat begripsmatig los van de vraag of van een "criminal charge" als bedoeld in artikel 6 van het EVRM sprake is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 58520 tot 59020.