Citaat | Raad van State 12 april 2017
Alinea 142 Raad van State 12 april 2017
Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.
In Nederland is dat bijvoorbeeld aan de orde geweest bij de inlichtingenplicht die op de eigenaar/houder van een motorrijtuig rust, als met het betreffende voertuig een misdrijf is begaan (thans artikel 165 van de Wegenverkeerswet 1994). Als tegen de normadressaat van de vordering tot bekendmaking van de naam en het volledige adres van de bij de ontdekking van het feit onbekend gebleven bestuurder reeds een handeling is verricht, waaruit hij in redelijkheid kan opmaken dat hij als schuldige aan het misdrijf wordt aangemerkt (met andere woorden: als reeds sprake is van een "criminal charge"), mag de vordering niet tot hem worden gericht. (zie noot 50)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 60565 tot 61236.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245 | shasum -a 256