Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 176 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

Uit die rechtspraak blijkt dat de grens tussen een mededeling van feiten of omstandigheden die de getuige zelf heeft waargenomen of ondervonden enerzijds, en uitgesloten gissingen en conclusies anderzijds, niet altijd eenvoudig valt te trekken. Zo wordt een gissing door de strafrechter nogal eens geherformuleerd (en toegelaten) als een bij de getuige opgekomen gevoelen of gedachte, zij het dat de Hoge Raad in dat verband wel de eis lijkt te stellen dat een dergelijke gedachte naar aanleiding van een "echte" waarneming is opgekomen. (zie noot 68) Gissingen worden ook wel eens geherformuleerd (en toegelaten) als uitvloeisel van hetgeen een algemene ervaringsregel naar aanleiding van een bepaalde waarneming ingeeft; zo is de verklaring dat iemand zich gedroeg alsof hij het slachtoffer te hulp wilde komen, voor eigen waarneming of ondervinding vatbaar. (zie noot 69) Ook in de verklaring gemaakte voorbehouden ("naar mijn mening", "dacht ik", "voor zover ik weet" et cetera) behoeven aan de toelaatbaarheid van de verklaring niet in de weg te staan; volgens de Hoge Raad kan een dergelijk voorbehoud ook weergeven dat de getuige zich van de feilbaarheid van de menselijke waarneming en zijn geheugen bewust is, hetgeen aan de toelaatbaarheid van de verklaring geen afbreuk doet. (zie noot 70)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 80605 tot 81918.