Citaat | Raad van State 12 april 2017
Alinea 190 Raad van State 12 april 2017
Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.
In de beide onderhavige zaken hebben appellanten met enige nadruk aan de orde gesteld of de gehoorde getuigen niet vóór hun verhoor op de hoogte hadden moeten worden gesteld van de achtergronden van hun verhoor en de consequenties die hun verklaringen voor (onder anderen) appellanten zouden kunnen hebben. Voor een dergelijke eis bieden het materiële en het formele strafrecht geen aanknopingspunt, terwijl zij naar mijn mening ook niet voor de hand ligt. De getuige dient naar waarheid en onbevangen te verklaren over hetgeen hij zelf heeft waargenomen en ondervonden. Daarbij past niet dat hij zijn antwoorden gaat wikken en wegen met het oog op mogelijke ongewenste consequenties voor zijn werkgever en/of het bedrijf waarbij hij is tewerkgesteld. Weliswaar is er een zeker risico dat de getuige zich niet voldoende zorgvuldig uitdrukt, maar dat risico lijkt mij, als sprake is van een formeel verhoor waarvan de ernst niet aan de getuige kan ontgaan, weinig groot. Bovendien is het uiteindelijk aan de rechter om bij de vaststelling of al dan niet van een overtreding sprake is, de betekenis van de door de getuigen afgelegde verklaringen (en de kans dat de getuigen zich mogelijk onzorgvuldig hebben uitgedrukt) nader af te wegen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 87164 tot 88416.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245 | shasum -a 256