Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 196 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

In de uitspraak die in de vijfde vraag wordt vermeld, heeft de Centrale Raad van Beroep terecht overwogen dat de Awb géén eisen stelt aan de vorm van het boeterapport. Voorts kan worden aangenomen dat het incorporeren van het boeterapport in het aan de overtreder te zenden voornemen tot boeteoplegging niet ertoe leidt dat de overtreder te laat wordt geïnformeerd. Volgens artikel 5:50 van de Awb wordt, indien de overtreder in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete naar voren te brengen, het rapport (niet eerst uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, maar) reeds uiterlijk bij de uitnodiging aan de overtreder tot het naar voren brengen van zijn zienswijze toegezonden of uitgereikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 91019 tot 91841.