Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 211 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

Voor de beoordeling van verzoeken tot het oproepen van getuigen of tot nader onderzoek die worden gedaan nadat het onderzoek op de terechtzitting is aangevangen (vergelijk artikel 328 jis de artikelen 315 en 316 Sv), geldt het zogenaamde noodzakelijkheidscriterium dat in de artikelen 315 en 316 Sv ligt besloten. De rechter kan een dergelijk verzoek weigeren indien de noodzaak tot het toewijzen ervan niet is gebleken, hetgeen het geval is indien de rechter het nieuwe gegeven niet voor zijn oordeelsvorming nodig heeft. Voor de afwijzing van een voorafgaand aan de zitting gedaan verzoek van de verdachte om getuigen te horen geldt (in beginsel) het zogenaamde verdedigingscriterium: de vraag of redelijkerwijs valt aan te nemen dat daardoor de verdachte in zijn verdediging wordt geschaad (artikel 288, eerste lid, aanhef en onder c, Sv). Dat criterium leidt tot een veel "marginalere" toetsing van het verzoek, ook al kent de Hoge Raad de rechter wel ruimte toe om de motivering van het verzoek (de onderbouwing door de verdediging) in zijn beoordeling te betrekken. (zie noot 82)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 100244 tot 101342.