Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 213 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

4.6.2 Ook in de bestuurlijke boeteprocedure is artikel 6 van het EVRM van toepassing. Dat impliceert dat bij een onafhankelijke rechter met "full jurisdiction" beroep tegen het besluit tot sanctieoplegging moet openstaan. Daarmee verdraagt zich niet dat de beboete partij in (hoger) beroep te zeer in haar bewijsmogelijkheden zou worden beknot. In dat verband is van belang dat althans in het punitieve bestuursrecht de bewijsfuik niet meer wordt toepast en dat de beboete partij in de beroepsprocedure derhalve nieuw bewijs mag bijbrengen, óók als zij dat in de voorprocedure heeft nagelaten. (zie noot 83) Dat betekent intussen niet dat de mogelijkheden om nieuw bewijs bij te brengen aan geen enkele beperking zouden mogen onderworpen. Ook in het punitieve bestuursrecht is er ongetwijfeld ruimte voor beperkingen als die welke in het strafproces gelden en uit een noodzakelijkheidseis of de beginselen van een behoorlijke procesorde voortvloeien, al zal ontlastend bewijs niet worden geweigerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 101414 tot 102427.