Citaat | Raad van State 12 april 2017
Alinea 216 Raad van State 12 april 2017
Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.
Voor een grotere betrouwbaarheid van de eerste, ten overstaan van de toezichthouder afgelegde verklaring pleit dat, zoals bij de beantwoording van de vierde vraag al aan de orde kwam, de gehoorde persoon, en in het bijzonder een getuige, in dat stadium meer geneigd zal zijn naar waarheid en onbevangen te verklaren en zich minder zal laten leiden door ongewenste consequenties die bepaalde antwoorden voor derden zouden kunnen hebben. Dat een getuige in het kader van een verhoor ten overstaan van een verbalisant "zomaar iets" zal verklaren, is weinig aannemelijk, nu de getuige zich de ernst van dat verhoor althans in algemene zin wel bewust zal zijn. Daarbij komt dat het terugkomen van een eerdere verklaring meer in het algemeen afbreuk doet aan de persoonlijke geloofwaardigheid van betrokkene en dat de rechter daarom geneigd zal zijn van de eerste verklaring uit te gaan, tenzij de onjuistheid daarvan met concrete, verifieerbare gegevens wordt aangetoond of de betrokkene aannemelijk maak dat de eerste verklaring onder ontoelaatbare druk is afgelegd. (zie noot 85)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 104619 tot 105708.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245 | shasum -a 256