Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 220 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

Zo zou, wat de onderhavige zaken betreft, bijvoorbeeld ook van belang kunnen zijn dat, terwijl appellanten in het kader van hun klachten over de vertolking mede de kwaliteit van de daarvoor gebruikte telefoonverbinding ter discussie hebben gesteld, (zie noot 88) de nadere verklaringen aan klachten over die telefoonverbinding nauwelijks steun bieden. [getuige A] verklaarde juist nader dat "het" (de telefoon) redelijk te verstaan was, alhoewel hij daaraan toevoegde "maar het lijkt mij niet goed om een verklaring af te leggen via een telefoon, een verklaring die zo belangrijk is. Dat had schriftelijk moeten gebeuren." Evenmin is in de nadere verklaringen massaal geklaagd over de door appellanten mede gewraakte gang van zaken rond het verhoor. Zo verklaarde [getuige B] nader dat "zij" (de bij het verhoor betrokken ambtenaren) zich heel netjes tegenover de ondervraagde getuigen hebben gedragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 107684 tot 108599.