Citaat | Raad van State 12 april 2017
Alinea 240 Raad van State 12 april 2017
Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.
4.7.5 Albers valt de uitspraak van de Afdeling van 30 december 2015 bij, onder meer met het argument dat de uitsluiting van door het bestuursorgaan eerst in (hoger) beroep bijgebracht bewijs tot een betere afstemming van het punitieve bestuursprocesrecht op het strafrechtelijke bewijsrecht leidt. (zie noot 98) Naar zij zelf vervolgens ook signaleert, lijkt de eis dat reeds bij de voltooiing van de bestuurlijke besluitvorming (toereikend) bewijs dient te zijn geleverd, echter strenger dan de eisen die in het strafproces met betrekking tot bewijslevering aan het openbaar ministerie worden gesteld; het openbaar ministerie kan immers in hoger beroep nog nieuw (dragend) bewijs leveren. Met een categorische uitsluiting van door het bestuursorgaan in (hoger) beroep nieuw bij te brengen bewijs, wordt het punitieve bestuursprocesrecht naar mijn mening niet beter op het strafrechtelijke bewijsrecht afgestemd, maar lijkt het zich daarentegen juist (verder) van het strafrechtelijke bewijsrecht te verwijderen. Zoals Albers terecht signaleert, kan het openbaar ministerie immers zowel in eerste aanleg als ook in hoger beroep nieuw bewijs inbrengen. Voorts kwam hiervóór onder 4.7.4 al aan de orde dat het openbaar ministerie - zij het binnen zekere grenzen - de tenlastelegging (en anders dan vroeger ook ná het requisitoir en zelfs in hoger beroep) kan wijzigen, hetgeen wezenlijk verder gaat dan het "slechts" inbrengen van nieuw bewijs; met een wijziging van de tenlastelegging wordt immers het object van onderzoek gewijzigd. Dat de bedoelde bevoegdheden van het openbaar ministerie tot het bijbrengen van aanvullend bewijs en tot wijziging van de tenlastelegging niet met artikel 6 van het EVRM conflicteren, staat mijns inziens buiten redelijke twijfel; ik zie geen aanknopingspunten waarom dit voor een bevoegdheid van het bestuursorgaan tot het bijbrengen van nader bewijs in (hoger) beroep anders zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 118380 tot 120314.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245 | shasum -a 256