Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 248 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

4.7.7 In verband met de uitspraak van de Afdeling van 30 december 2015 is voorts het argument genoemd dat, als de bestuursrechter constateert dat toereikend bewijs voor de overtreding ontbreekt, de rechtzoekende de indruk kan krijgen dat de bestuursrechter - bijvoorbeeld door toepassing van de bestuurlijke lus - actief meedenkt bij (of meewerkt aan) het rondkrijgen van het bewijs. (zie noot 109) In dit verband wordt wel van "bestuurtje helpen" gesproken. (zie noot 110) Dat een dergelijke indruk ontstaat als de rechter door eigen onderzoek het bewijs voor een in dat opzicht falend bestuursorgaan "rondmaakt’, kan ik mij voorstellen; de gedachte van "bestuurtje helpen" spreekt echter minder aan als het bestuursorgaan zelf in een bestuurlijke lus nader bewijs bijbrengt (zie daarover nader het antwoord op vraag 8), en al helemaal niet als het bestuursorgaan eigener beweging in (hoger) beroep nadere bewijsmiddelen produceert, bijvoorbeeld als reactie op nieuwe stellingen en/of bewijsmiddelen van de betrokkene.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 126368 tot 127402.