Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 254 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

Ook in het strafprocesrecht is de notie van een behoorlijke procesorde niet onbekend. Zij ziet onder meer op de vraag of het openbaar ministerie het recht op vervolging heeft verspeeld (vergelijk artikel 359a Sv, waarin de beginselen van een behoorlijke procesorde uitdrukkelijk worden genoemd). De beginselen van een behoorlijke procesorde kunnen ook in het strafrecht eraan in de weg staan dat nieuwe stukken door partijen worden ingediend. De rechter zal echter niet kunnen voorbijgaan aan ontlastende stukken. (zie noot 113) De Hoge Raad overwoog als volgt over de uit de beginselen van een behoorlijke procesorde voortvloeiende begrenzing van de bevoegdheid van de advocaat-generaal bij het hof en de verdachte om in hoger beroep nieuwe bescheiden of stukken van overtuiging over te leggen: (zie noot 114)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 131052 tot 131875.