Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 309 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

Dat het verdedigingsbeginsel, zoals tijdens de behandeling van het initiatiefwetsontwerp door de initiatiefnemers is geopperd, aan toepassing van de bestuurlijke lus in boetezaken in de weg zou staan, is in de literatuur bestreden. (zie noot 138) Ook is bestreden dat artikel 8:72a van de Awb aan toepassing van de bestuurlijke lus in de weg zou staan. Zo is erop gewezen dat artikel 8:72a van de Awb niet beslissend kan zijn, omdat die bepaling uitgaat van de situatie waarin het boetebesluit wordt vernietigd en zodanige vernietiging bij toepassing van de bestuurlijke lus (nog) niet aan de orde is. (zie noot 139) Daarnaast is erop gewezen dat artikel 8:72a van de Awb slechts is bedoeld om (met het oog op het "ne bis in idem"-beginsel) te voorkomen dat een bestuursrechter na de vernietiging van het eerste besluit op bezwaar nog een tweede einduitspraak over dezelfde boete zou moeten doen, dat de wijze waarop de bestuursrechter tot zijn einduitspraak komt, de wetgever niet interesseert (zolang de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM wordt gerespecteerd), dat voor een categorische uitsluiting van de bestuurlijke lus in boetezaken een verwijzing naar artikel 8:72a van de Awb niet volstaat en dat de wetgever, zo hij de bestuurlijke lus met betrekking tot bepaalde besluiten had willen verbieden, dat uitdrukkelijk had moeten bepalen. (zie noot 140) Juist met het oog op de verplichte finale afdoening wordt voor een bestuurlijke lus in boetezaken ook wel ruimte gezien, voor zover zij ertoe strekt dat het bestuur bepaalde stukken overlegt of nader bewijs levert, alvorens de bestuursrechter de zaak finaal afdoet. (zie noot 141) Voorts is meer in het algemeen verdedigd dat het volgen van de bestuurlijke lus in boetezaken (maar uiteraard wel binnen de begrenzing van eisen van finale geschilbeslechting, redelijke termijn en een goede procesorde), meer aanspreekt dan het rondmaken van het bewijs door de bestuursrechter dan wel het vrijuit laten gaan van een overtreder aan wie met recht een sanctie had kunnen worden opgelegd. (zie noot 142)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 158560 tot 160648.