Citaat | Raad van State 12 april 2017
Alinea 317 Raad van State 12 april 2017
Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.
Zo kan onder meer worden gewezen op CRvB 3 augustus 2011, AB 2012/224 m.nt. R. Stijnen. Deze (tussen)uitspraak betrof de volgens de Raad niet zorgvuldig tot stand gekomen (en mede aan een bestuurlijke boete ten grondslag gelegde) vaststelling dat appellant gedurende een bepaalde periode per week 70 uur werkzaamheden als zelfstandige had verricht. Omdat de Raad in de voorhanden gegevens onvoldoende feitelijke grondslag zag om de omvang van de door appellant als zelfstandige verrichte werkzaamheden vast te stellen, droeg hij het UWV op de feiten met betrekking tot de omvang van de door appellant verrichte werkzaamheden in de betrokken periode op een zorgvuldige wijze vast te stellen en het bestreden besluit met die feiten in overeenstemming te brengen. Het oordeel dat de oorspronkelijke vaststelling niet zorgvuldig tot stand was gekomen, berustte op een ter zitting door de appellant gegeven toelichting in het licht waarvan een eerdere verklaring van de appellant een andere betekenis kreeg, op een onzekerheid over de periode waarop een eerdere verklaring betrekking had en op een ter zitting afgelegde verklaring omtrent de openingstijden van de sportschool waar de betrokken werkzaamheden werden verricht, welke verklaring de Raad overigens voor een deel niet aannemelijk achtte. De betrokken zaak behoort tot de door Stijnen onder b onderscheiden categorie van zaken waarin de rechter het aannemelijk acht dat sprake is van een overtreding, maar (mede) gelet op het debat tussen partijen nadere bewijslevering ter zake (van de omvang en duur) van de overtreding nodig is. Tot die categorie kan mijns inziens ook de beroepszaak worden gerekend waarin aan de orde was dat reeds ingebrachte verklaringen op een wezenlijk onderdeel onvoldoende waren onderzocht en waarin volgens de rechtbank een lus kon worden toegepast om alsnog duidelijkheid over de voorgevallen feiten en omstandigheden te verkrijgen. (zie noot 146) Tot dezelfde categorie reken ik ook de door de Centrale Raad van Beroep berechte zaak waarin drie anonieme verklaringen volgens de rechter onvoldoende onderbouwing van de gestelde feiten vormden, zodat het besluit niet berustte op een zorgvuldig onderzoek en een deugdelijke motivering ontbrak. (zie noot 147)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 162205 tot 164459.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245 | shasum -a 256