Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 32 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

Verder heeft de rechtbank overwogen dat aan de door appellanten in de bezwaarfase overgelegde verklaringen niet de waarde kan worden gehecht die zij daaraan gehecht zouden willen zien. Hierbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat, voor zover de gehoorden op verzoek van [appellante A] zijn teruggekomen van de eerder door hen afgelegde verklaringen, dit niet betekent dat aan de juistheid van de ten overstaan van de arbeidsinspecteurs afgelegde verklaringen moet worden getwijfeld. Derhalve ziet de rechtbank geen reden voor het oordeel dat de minister had moeten twijfelen aan de op ambtseed opgemaakte consistente verklaringen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 13147 tot 13798.