Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 333 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

Kennelijk zijn de opvattingen van de initiatiefnemers gaan schuiven naar aanleiding van expliciete vragen in het verslag. Daarin werd de toepassing van een bestuurlijke lus als minder gewenst aangemerkt, omdat zij zou (kunnen) leiden tot een wijziging van "de grondslag voor het opleggen van de bestuurlijke boete" in strijd met het legaliteitsbeginsel. Ter vergelijking werd daarbij gewezen op de beperkte mogelijkheden voor wijziging van de tenlastelegging in strafzaken. In de memorie van antwoord hebben de initiatiefnemers vervolgens het standpunt ingenomen dat een bestuurlijke lus in boetzaken "in beginsel" niet mogelijk is, omdat (i) voor toepassing van de lus geen ruimte zou zijn in geval van onherstelbare besluiten (de rechter stelt bijvoorbeeld vast dat de verweten gedraging geen overtreding oplevert), (ii) de rechter zelf in geval van herstelbare vormfouten kan voorzien op grond van artikel 8:72a van de Awb en zijn bevoegdheid dienaangaande verder reikt dan toepassing van de bestuurlijke lus en (iii) in geval van volgens de rechter ontoereikend bewijs voor de overtreding het verdedigingsbeginsel, zoals dit onder meer is neergelegd in artikel 6 van het EVRM, zich ertegen verzet dat de bestuurlijke lus wordt toegepast om het bestuur in de gelegenheid te stellen alsnog aanvullend bewijs te leveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 173128 tot 174462.