Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 334 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

Waarom het verdedigingsbeginsel zich in algemene zin zou verzetten tegen toepassing van een bestuurlijke lus om het bestuursorgaan in staat te stellen een (niet bij voorbaat onherstelbaar) bewijstekort te helen, is tijdens de parlementaire behandeling van het initiatiefwetsontwerp niet nader toegelicht en valt ook niet zonder meer in te zien. Het zal voor de aangeschrevene ongetwijfeld een tegenvaller zijn, indien hij in (hoger) beroep alsnog met beslissend bewijs van de hem verweten overtreding wordt geconfronteerd. Daarmee is echter nog niet gegeven dat hij zich daartegen (in strijd met het verdedigingsbeginsel) niet naar behoren zou kunnen verweren. Het verdedigingsbeginsel (en meer in het bijzonder het recht van hoor en wederhoor) brengt uiteraard wel met zich dat de aangeschrevene voldoende gelegenheid moet worden geboden om nieuw bewijs te betwisten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 174482 tot 175363.