Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 335 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

Bij de behandeling in de Eerste Kamer is ook artikel 8:72a van de Awb in de beschouwingen betrokken. Die bepaling is door de initiatiefnemers voorgesteld als lex specialis ten opzichte van de regeling van de bestuurlijke lus. Die voorstelling van zaken acht ik niet houdbaar. Artikel 8:72a van de Awb regelt wat de bestuursrechter moet doen als hij een boetebesluit vernietigt; bij toepassing van een bestuurlijke lus (waartoe de rechter op grond van artikel 8:80a van de Awb een tussenuitspraak doet) is vernietiging van het boetebesluit (nog) niet aan de orde. Dat, zoals de minister aanvankelijk in de Eerste Kamer opmerkte, in artikel 8:72a van de Awb is geregeld dat bij een bestuurlijke boete nooit een bestuurlijke lus kan worden toegepast, is onjuist. Ook de minister zelf heeft die opvatting minst genomen genuanceerd. Later heeft hij immers opgemerkt dat de rechter geen aanleiding tot toepassing van het indirecte interventiemiddel van een bestuurlijke lus zal hebben, omdat hij bij de bestuurlijke boete het directe interventiemiddel van artikel 8:72a van de Awb (zelf in de zaak voorzien) heeft. Dat is echter niet concludent, omdat daarmee toepassing van een bestuurlijke lus niet is uitgesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 175383 tot 176606.