Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 345 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

Bij dit alles past nog de kanttekening dat de Awb de bestuursrechter niet tot toepassing van de bestuurlijke lus verplicht en de bestuursrechter ook buiten het geval van strijd met de eisen van een goede procesorde van toepassing van de bestuurlijke lus kan afzien. Dat laat ruimte voor een hoe dan ook terughoudende toepassing van de bestuurlijke lus ter verkrijging van nader bewijs. Daarbij kan ik mij zeer wel voorstellen dat de rechter ten aanzien van andere gebreken dan bewijsgebreken (die de feitelijke grondslag van de boeteoplegging betreffen), zoals een onvoldoende motivering van de opgelegde boete, tot minder terughoudendheid zal zijn geneigd en eerder ruimte voor toepassing van een bestuurlijke lus zal zien. (zie noot 155) Daarbij ware te bedenken dat veel van de weerstand tegen de bestuurlijke lus in boetezaken juist tegen haar toepassing om bewijsgebreken te herstellen, lijkt te zijn ingegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 182990 tot 183919.