Citaat | Raad van State 12 april 2017
Alinea 349 Raad van State 12 april 2017
Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.
Gelet op de inmiddels in artikel 29a, derde lid, Sv opgenomen regeling ligt het in de rede dat degene die wordt verhoord met het oog op een aan hem op te leggen bestraffende sanctie, zijn verklaring ondertekent als hij zich met de weergave daarvan kan verenigen. Het ontbreken van een handtekening kan aanleiding tot discussie over de juistheid van de verklaring geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 184593 tot 184975.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245 | shasum -a 256