Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 392 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

(26) ABRvS 12 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC6444, rov. 2.6.2 (“(…) Uit de wet, de uitvoeringsregels noch de beleidsregels volgt dat bij het gehoor van een vreemdeling die de Nederlandse taal niet machtig is een tolk dient op te treden die voorafgaande aan het gehoor wordt beëdigd. (…)”); ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:89, rov. 3.1 (“(…) Nu de vreemdeling niet door een politieambtenaar is gehoord, maar door de inspecteurs met behulp van een als tolk fungerende politieambtenaar, is artikel 28, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet beëdigde tolken en vertalers niet op het horen van de vreemdeling van toepassing. (…)”).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 199786 tot 200451.