Citaat | Raad van State 12 april 2017
Alinea 422 Raad van State 12 april 2017
Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.
(56) Vgl. ABRvS 3 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AW7337, AB 2006/317 m.nt. O.J.D.M.L. Jansen, rov. 2.5: “De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het stellen van vragen door de arbeidsinspecteur naar aanleiding van een ingekomen melding op 13 maart 2003 over een arbeidsongeval op de dag ervoor, was gericht op de vaststelling van de feiten en de gang van zaken rond het ongeval, en daarmee op de vaststelling of aan de wettelijke verplichtingen was voldaan. In deze fase gold de in de art. 5:16 en 5:20 Awb neergelegde inlichtingenplicht nog onverkort en was de situatie als bedoeld in art. 35 lid 1 en 2 Arbowet 1998 (nog) niet aan de orde.” De geciteerde overweging betrof het zwijgrecht en de cautieplicht die in het toenmalige artikel 35 Arbowet 1998 waren opgenomen. De leden een en twee van die bepaling luidden aldus:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 213789 tot 214634.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245 | shasum -a 256