Citaat | Raad van State 12 april 2017
Alinea 458 Raad van State 12 april 2017
Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.
(87) Aldus ook Jansen in zijn noot in AB 2012/144 onder 2: “In de kern gaat het er uiteraard om welke verklaring de rechter geloofwaardig acht, en meestal zijn verklaringen die direct na de ontdekking zijn afgelegd ten overstaan van een toezichthouder betrouwbaarder. Dit betekent vanzelfsprekend niet dat de rechter zich niet mag laten overtuigen door latere andersluidende verklaringen.” Overigens releveerde de Afdeling in rov. 2.3.2 uitdrukkelijk dat appellant “geen omstandigheden (heeft) aangevoerd op grond waarvan de eerdere verklaringen niet tot bewijs mogen dienen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 225625 tot 226222.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245 | shasum -a 256