Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 60 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034.

3.3 Wat in de visie van de wetgever van de Awb behouden zou moeten blijven, was een actieve rechter. In dat verband werd gewezen op de verplichting om ambtshalve de rechtsgronden aan te vullen (artikel 8:69, tweede lid, van de Awb) en op de bevoegdheid tot ambtshalve aanvulling van de feiten (artikel 8:69, derde lid, van de Awb). Volgens de wetgever vloeide met name de bevoegdheid tot ambtshalve aanvulling van de feiten rechtstreeks voort uit de "ongelijkheidcompensatie" ten behoeve van de zwakkere (immers veelal zonder verplichte procesvertegenwoordiging procederende) rechtzoekende ten opzichte van het sterkere bestuursorgaan. Naarmate de ongelijkheid van de bij het geschil betrokken partijen minder groot zou zijn, zou er minder reden zijn om van de bedoelde bevoegdheid gebruik te maken. (zie noot 7)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfb6dc7cc4c6e06e421fa56a6e01248ce70ad7231e8a7995e7cbf9bc62dd245, en de alinea staat in dat document op bytes 24524 tot 25349.