Citaat | Raad van State 18 januari 2017

Alinea 36 Raad van State 18 januari 2017

Een alinea uit Raad van State 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:105.

7.2. Artikel 3 van het IVRK heeft rechtstreekse werking in zoverre het ertoe strekt dat bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van het desbetreffende kind dienen te worden betrokken. Wat betreft het gewicht dat aan het belang van een kind in een concreet geval moet worden toegekend, bevat artikel 3, eerste lid, van het IVRK, gelet op de formulering ervan, geen norm die zonder nadere uitwerking in nationale wet- en regelgeving door de rechter direct toepasbaar is. Wel dient de bestuursrechter in dit verband te toetsen of het bestuursorgaan zich voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van het kind en aldus bij de uitoefening van zijn bevoegdheden binnen de grenzen van het recht is gebleven. Deze toets heeft een terughoudend karakter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7eca72ca8793dcb17603244cf765b36fe4a9e69b0913b8759e114c2ade17c2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7eca72ca8793dcb17603244cf765b36fe4a9e69b0913b8759e114c2ade17c2f, en de alinea staat in dat document op bytes 16598 tot 17378.