Citaat | Raad van State 19 april 2017

Alinea 129 Raad van State 19 april 2017

Een alinea uit Raad van State 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1098.

15.2. Uit de jurisprudentie van het Hof kan worden afgeleid dat het bepalen van de voorwaarden voor de verkrijging en het verlies van de nationaliteit, overeenkomstig het internationale recht, tot de bevoegdheid van elke lidstaat afzonderlijk behoort (zie onder meer het Rottmann-arrest, punt 39). Niettemin dient die bevoegdheid te worden uitgeoefend met inachtneming van het Unierecht (zie het arrest van het Hof van 7 juli 1992, ECLI:EU:C:1992:295, Micheletti, punt 10). Ook in het Rottmann-arrest, punt 41 en 45, heeft het Hof overwogen dat indien een materie tot de bevoegdheid van de lidstaten behoort, dit niet wegneemt dat in situaties die binnen de werkingssfeer van het Unierecht vallen, zoals de uitoefening van de bevoegdheid inzake nationaliteit, de betrokken nationale voorschriften niet in strijd met het Unierecht mogen zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df36ac1a687869b506145cbe03efceb810522ef031474c4d205eb51b30f6c254. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df36ac1a687869b506145cbe03efceb810522ef031474c4d205eb51b30f6c254, en de alinea staat in dat document op bytes 50597 tot 51457.