Citaat | Raad van State 19 april 2017
Alinea 142 Raad van State 19 april 2017
Een alinea uit Raad van State 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1098.
16.1. Op het eerste gezicht is de Afdeling van oordeel dat de regelingen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, alsmede artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN, waarbij de nationaliteit van rechtswege verloren gaat, niet in strijd zijn met het internationale recht. Aanknopingspunten voor dit oordeel zijn allereerst gelegen in het beginsel dat het, overeenkomstig het internationale recht, tot de bevoegdheid van elke lidstaat afzonderlijk behoort om de voorwaarden voor de verkrijging en het verlies van de nationaliteit te bepalen. Voorts mag een Staat die partij is bij het Europees Verdrag inzake Nationaliteit, volgens artikel 7, eerste lid, aanhef en onder e, van dit Verdrag, in zijn nationale wetgeving voorzien in het verlies van zijn nationaliteit van rechtswege of op initiatief van de Staat die partij is, indien een effectieve band tussen de Staat die partij is en een onderdaan die zijn gewone verblijf in het buitenland heeft, ontbreekt. Volgens het tweede lid, van dat artikel kan voorts - kort gezegd - een Staat die partij is, voorzien in het verlies van zijn nationaliteit door kinderen wier ouders die nationaliteit verliezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df36ac1a687869b506145cbe03efceb810522ef031474c4d205eb51b30f6c254. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df36ac1a687869b506145cbe03efceb810522ef031474c4d205eb51b30f6c254, en de alinea staat in dat document op bytes 59678 tot 60877.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df36ac1a687869b506145cbe03efceb810522ef031474c4d205eb51b30f6c254 | shasum -a 256