Citaat | Raad van State 19 april 2017

Alinea 147 Raad van State 19 april 2017

Een alinea uit Raad van State 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1098.

17.2. Wat betreft de situatie van de meerderjarige, zijn er naar het oordeel van de Afdeling goede argumenten om aan te nemen dat artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de RWN, in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel en zich verdraagt met de artikelen 20 en 21 van het VWEU. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de regeling een ruime termijn van tien jaar voor het vervallen van het Nederlanderschap bevat. Aannemelijk is dan, zoals de minister heeft aangevoerd, dat de betrokken personen of hun kind(eren) geen of een zeer zwakke band hebben met Nederland en daarmee met de Europese Unie, omdat zij lange tijd buiten de Europese Unie hun verblijf hebben gehad. Anderzijds kan het Nederlanderschap op relatief eenvoudige wijze worden behouden, omdat de termijn van tien jaar wordt gestuit, indien de betrokkene in die periode minstens een jaar onafgebroken in Nederland of de Europese Unie woont óf een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap, of een reisdocument of Nederlandse identiteitskaart in de zin van de Paspoortwet verstrekt krijgt. Tevens wordt met de regeling in de RWN staatloosheid voorkomen. Voorts is het zo dat wie aan de voorgeschreven voorwaarden voor de zogenoemde ‘optie’ als bedoeld in artikel 6 van de RWN voldoet, recht heeft op verkrijging van het Nederlanderschap. Wie niet aan de voorwaarden voldoet, kan een verzoek tot naturalisatie als bedoeld in artikel 7 van de RWN indienen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df36ac1a687869b506145cbe03efceb810522ef031474c4d205eb51b30f6c254. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df36ac1a687869b506145cbe03efceb810522ef031474c4d205eb51b30f6c254, en de alinea staat in dat document op bytes 64162 tot 65635.